tobiastheebe
Super Expert
Super Expert
  • 12241Posts
  • 747Oplossingen
  • 4703Likes

Technische termen op een rij

In topics geven (Super) Experts vaak uitleg in technische termen. Hieronder een selectie van vaak voorkomende termen met beknopte uitleg.

 

Tip: dit overzicht kan je het beste bekijken op een breed scherm.
Technische term Uitleg
Abonnee-overnamepunt (AOP) Hoofdaansluiting voor coax waar de (meestal groene) grondkabel op afgemonteerd is. Sinds ~1990 wordt het AOP in de meterkast geplaatst, in een oudere woning bevindt het zich meestal in de woonkamer, soms in de kruipruimte. Ook wel SOP (signaal overname-punt) genoemd, in het Engels demarcation point of demarc.
Aftakelement Vergelijkbaar aan splitter, echter de demping verschilt per aansluiting. De aansluiting met hoge demping wordt tap genoemd.
Address Family Transition Router (AFTR) Pakt IPv6-verkeer met ingesloten IPv4-verkeer uit zodat dit verzenden kan worden verzonden over het internet.
Attenuator Demper in vorm van verloopstekker, wordt gebruikt bij te hoog vermogen/signaalsterkte downstream en/of te laag zendvermogen upstream.
Bit Error Ratio (BER) Percentage bits dat onherstelbaar beschadigd is ontvangen. Wordt gebruikt als aanduiding voor signaalkwaliteit van DVB-C op TV of decoder (mediabox). Signaalkwaliteit moet altijd 100% zijn.
Boot file Een configuratiebestand dat het modem ontvangt van de TFTP-server van het CMTS. Bevat instellingen als eRouter ingeschakeld ja/nee, telefonie ingeschakeld ja/nee en service flows.
C12 (12 dB demping per 100 m. op 240 MHz) Type coaxkabel, van oudsher gebruikt als abonneekabel, lengte max. ~100 m.
C9 (9 dB demping, idem) De huidige standaard abonneekabel, lengte max. ~150 m.
C6 (6 dB demping, idem) Dikkere kabel om abonnees met grote afstand tot EV aan te sluiten, max. ~200 m.
C3 (3 dB demping, idem) Zeer dikke kabel voor onderlinge verbindingen tussen WC’s, GV’s en EV’s, ook wel bamboekabel genoemd. Ook voor abonnees die zich zeer ver van de EV bevinden (> 200 m.)
Cable Modem Termination System (CMTS)
Grote router welke kabelmodems aanstuurt, bedient (een gedeelte van) een plaats.
Conditional Access Module (CAM)
Kaart welke in CI+-kaartslot van TV wordt geschoven en smartcard bevat. Een oudere CAM werkt mogelijk niet in een nieuwe TV, andersom is een nieuwe CAM backwards compatible met oudere TV’s. In fZiggo is een Quantis/Smit/Neotion CAM nodig, in fUPC een SmarDTV CAM.
Correctable Codeword Error Ratio (CCER)
Percentage codewords dat herstelbaar beschadigd is ontvangen.
Codeword Error Ratio (CER) Geeft aan welk percentage van de codewords onherstelbaar beschadigd is ontvangen door ofwel het modem (downstream) of het CMTS (upstream). Moet altijd 0% zijn.
Carrier-Grade Network Address Translation (CGNAT)
Zorgt ervoor dat een enkel IPv4-adres (bij Ziggo in subnet 213.127.0.0/17) gedeeld kan worden tussen een groot aantal klanten.
Common Interface+ (CI+)
Kaartslot in TV, voor DVB-C worden versies 1.2 en 1.3 gebruikt.
Continuous en scattered pilots
Speciale subcarriers die worden gebruikt bij de afstemming van het modem op het OFDM-kanaal.
Eindversterker (EV) Kast waar de abonnees (max. 48) op zijn aangesloten. Soms bevindt zich tussen de GV en EV nog een trajectversterker, indien een grote afstand moet worden overbrugd.
Forward path attenuator Corrigeert een slope (spreiding) in vermogen in de downstream, welke vaak zichtbaar is bij oudere grondkabels. (Vermogen neemt af naarmate frequentie toeneemt.) Opmerking: nog niet tegengekomen in NL.
Full Dual-Stack
‘Volwaardig’ IPv4 en IPv6, de router ontvangt een IPv4-adres en een IPv6-prefix (delegated prefix), beide uniek.
Former UPC (fUPC) Gebieden in Nederland welke tot 2015 door UPC/Chello werden bediend. Voorbeeld: in Amsterdam was eerst de KTA actief en later A2000.
Former Ziggo (fZiggo) Gebieden in Nederland buiten het voormalige verzorgingsgebied van UPC. In deze gebieden waren eerder bijvoorbeeld Casema, Essent Kabelcom/@Home en Multikabel actief.
Groepsversterker (GV)
Kast met ‘tussenversterker’ van WC’s naar (6~8) EV’s.
High-pass-/retourbandfilter
Filter in vorm van verloopstekker, blokkeert upstream. Kan problemen oplossen bij verstoring TV-beeld/geluid tijdens activiteit los modem of Mediabox XL.
Hybrid Fiber Coax (HFC) Een kabel-TV-netwerk waarin gegevens over zowel glasvezel als coax worden getransporteerd.
Instraling Verstoring die optreedt bij onvoldoende afgeschermde onderdelen in de coaxinstallatie. Signalen uit de ether (Digitenne, 4G en 5G) vallen samen met het signaal vanuit het CMTS en veroorzaken zo uiteenlopende problemen. Denk aan packet loss en instabiliteit/uitval modem.
Lokaal Centrum (LC) Gebouwtje waarin het CMTS zich bevindt, bedient vaak ook een nabijgelegen 2G/4G-zendmast.
US Bandwidth Allocation Map (MAP) Beschrijft de vereiste timing op de upstream-kanalen. Moet elke 30 seconden door het modem opgevraagd worden zodat het kan blijven zenden. Wordt deze niet (op tijd) ontvangen, dan wordt een T4 timeout gelogd.
Modulation Error Ratio (MER)
De digitale variant van SNR (Signal-to-Noise Ratio). Geeft aan hoeveel marge er is tussen de ruisvloer en de draaggolf. Hoe hoger de MER, hoe beter. Moet minimaal 35 dB zijn.
Multitap
Groot aftak-element in EV waarop de abonneekabels (max. 12) zijn aangesloten.
Orthogonal Frequency Division Multiplexing (OFDM)
Wordt bij DOCSIS 3.1 gebruikt voor downstream, de subcarriers binnen het OFDM-kanaal (welke de eigenlijke data verzenden) gebruik weer QAM (normaliter 4096-QAM).
OFDM data subcarriers Worden gebruikt voor het daadwerkelijke transport van data binnen het OFDM-kanaal.
OFDM Next Codeword Pointer (NCP) Beschrijft de verschillende typen codewords en modulaties die voorkomen in een OFDM symbol.
OFDM Physical Link Channel (PLC)
Een klein kanaal binnen het OFDM-kanaal dat de eigenschappen van het gehele OFDM-kanaal beschrijft.
OFDM profile (ID) Momenteel van 0 (256-QAM) tot 3 (4096-QAM), in de toekomst mogelijk tot 16384-QAM. Beschrijft de modulaties die door de subcarriers worden ondersteund.
OFDMA (Orthogonal Frequency Division Multiple Access)
Gaat bij DOCSIS 3.1 gebruikt worden voor upstream.
Quadrature Amplitude Modulation (QAM)
Wordt bij EuroDOCSIS 3.0 gebruikt voor zowel downstream (256-QAM) als upstream (64-QAM). Het nummer beschrijft een aantal velden dat een enkel symbol bevat in de ‘constellation’.
Radio Frequency Over Glass (RFoG)
Techniek binnen HFC om glasvezel te gebruiken voor ruisvrij transport van gegevens op dezelfde golflengte als coax. Wordt gebruikt tussen CMTS en WC’s.
Ranging (US)
Proves waarbij een modem upstream-kanalen koppelt. Naast deze initial ranging is er ook maintenance ranging elke 30 seconden. Hierbij vinden eventuele correcties in vermogen en timing plaats.
REG-REQ en REG-RSP (Registration Request en Response)
Registratie van het modem bij het CMTS. Indien geweigerd wordt een T6 timeout gelogd.
Retourband Upstream (uitgaand signaal, 5-65 MHz) vanuit het modem naar het CMTS.
Rijgdoos Idem aan einddoos, echter hoge aansluitdemping. Ongeschikt voor moderne coax-(ster)netwerken.
RNG-REQ en RNG-RSP (Ranging Request en Response) RNG-REQ’s vanuit het modem, worden beantwoord door RNG-RSP’s vanuit het CMTS. Indien de RNG-RSP niet (op tijd) wordt ontvangen, wordt een T3 timeout gelogd. Bij 10 T3 timeouts achtereenvolgens, start het modem zichzelf opnieuw op (reset).
Reed-Solomon codewords Drager van gegevens van/naar het modem. RS is een vorm van FEC (Forward Error Correction). Dankzij FEC kunnen beschadigde gegevens tot op zekere hoogte worden hersteld, zonder merkbaar effect voor de eindgebruiker. DOCSIS 3.1 gebruikt een nieuwe vorm van FEC: LDPC en BCH, voor nog betere prestaties.
Scanning (DS)  Proces waarbij een modem naar downstream-kanalen zoekt en deze koppelt. Op het primair gekoppelde kanaal moeten tenminste SYNC-, UCD- en MAP-berichten verzonden worden. Voor het koppelen van meer dan een kanaal is tevens MDD nodig.
Service flow
Bepalen de maximale download- en uploadsnelheden. Voor telefonie zijn er aparte service flows van 128 kbps (64 kbps per lijn) met QoS (Quality of Service).
Smartcard Geeft toegang tot versleutelde TV-zenders. In fZiggo wordt Irdeto gebruikt als versleuteling, in fUPC wordt Nagravision gebruikt.
Splitter (verdeelelement)
Splitst het coaxsignaal naar twee aansluitingen met vrijwel identieke demping (~4 dB).
Symbol Een codeword is opgebouwd uit symbols.
SYNC
Kloksynchronisatie.
Tap Aansluiting op een aftak-element. Demping verschilt per tap.
Trivial File Transfer Protocol (TFTP)
Wordt door het modem gebruikt om de bootfile en firmware op te halen.
Upstream Channel Description (UCD)
Beschrijft de beschikbare upstream-kanalen waarop het modem kan zenden. Indien deze niet worden ontvangen, wordt een T1 timeout gelogd. Indien de UCD’s geen zendmogelijkheid aanbieden, wordt een T2 timeout gelogd.
Verloopstekker Voorziet stekker van ander type aansluiting, vaak van IEC (‘reguliere’ TV-aansluiting) naar F (aansluiting voor modem of versterker).
Vermogen (Rx en Tx power)
Signaalsterkte, gemeten in dBmV of dBµV. Het vermogen moet tussen bepaalde waardes liggen (op het modem tussen -8 en 11 dBmV, op het AOP tussen -3,5 en 11 dBmV). Het signaal kan dus zowel te zwak als te sterk zijn.
Wijkcentrum (WC) Grote kast met drie deuren. Hierin bevindt zich de RFoG node die glasvezel vanuit het CMTS omzet in coax voor de laatste paar honderd meter naar de abonnees.
2 Reacties
E-mail notificaties
Aan Uit

Ontvang een update bij nieuwe reacties op dit artikel.